Als jongen wilde ik etaleur worden en als kind van 12 jaar verzorgde ik al etalages voor de detailhandel van het dorp waar ik opgroeide. Later werd ik student op de detailhandelsschool, waar ik op doordeweekse dagen, lessen volgde. Op zaterdagen werkte ik in de hipste spijkerbroekenwinkel van het dichtstbijzijnde provinciestadje. Als nieuwsgierig jongeling ontdekte ik daar dat er achter de schermen een heel proces gaande was om die hippe spijkerbroeken in de winkel te krijgen. Dat was aanleiding voor een volgende opleiding. Vastberaden om een rol in de confectie-industrie te gaan spelen voelde ik mij op de ‘HTS voor de Confectie industrie mr. Koetsier’ als een vis in het water. Studerend op voornamelijk technische en economische vakken ontdekte ik echter dat mijn talent lag bij de vakken mode en styling. In dit kader ging ik stage lopen bij een vooraanstaand stylingbureau. Dit beviel zo goed dat ik tijdens mijn afstuderen bleef werken in het stylingbureau van Günther Frank.

Ik kreeg de gelegenheid om het bureau te vertegenwoordigen op veelal internationale bijeenkomsten van mode-instituten, beurzen en uitgeverijen. Allen instituten die een visie uitdragen over trends die een aantal jaren later van invloed zijn op het design van producten. Tijdens deze bijeenkomsten ontdekte ik dat het werk vooral ook een politiek spel was. Het merendeel van de tijd werd besteed aan overleg om tot afstemming te komen over de markten van de verschillende landen. Een proces waar ik mij als beginnend stylist slechts in durfde te bewegen met een meer dan gedegen voorbereiding. Zo werd het overtuigen, onderbouwen en verkopen van creatieve ideeën mijn tweede natuur.

Met deze internationale ervaring op zak begon ik in 1993 in de Vondelkerk te Amsterdam, mijn eigen bedrijf ‘Style Council BV’. Aanvankelijk produceerde ik mode- en stylinginformatie zoals kleurkaarten, prognoses, trendrapporten en audiovisuele presentaties. In diezelfde Vondelkerk was het hoofdkantoor van een stylingopleiding gevestigd. Door ‘stichting Artemis’ werd ik gevraagd om les te komen geven in het kader van concept-denken en prognose voor styling en design. Echter het vakgebied betrof niet alleen mode maar ook de wereld van interieurs. Een specialisatie waarvan later bleek dat hij nog beter bij mij paste.

Gedreven door de voldoening van het overdragen van kennis en inspiratie had ik de ambitie om te pionieren op het vakgebied van interieurstyling. Deze ambitie bracht mij in contact met een bouwmarkt met ambitie, Nijhof. Een familiebedrijf dat geen heil zag in uitbreiden, maar haar toekomst zag in het creëren van onderscheidend vermogen door toegevoegde waarden als kwaliteit en actualiteit. Nijhof gaf mij een ‘droomopdracht’. De enige opdracht die ik in mijn carrière zou tegen komen die bij wijze van spreken op de achterkant van een bierviltje paste: “Maak van mijn bedrijf de Bijenkorf onder de bouwmarkten”.

5 jaar lang werkte ik als een soort ‘Don Quichot’ aan de vestiging van de naam Nijhof. Tegelijkertijd onderging de Nederlandse interieurindustrie een ware metamorfose. Styling en het vertalen van trends werden de disciplines die het verschil maakte. Veel producenten van interieurcollecties vonden hun weg naar mijn bureau ‘Style Council’.

Alles draaide toen om het creëren van een eigen ‘concept’. Het belangrijkste daarbij is de consistentie waarin de mensen samenwerken die verantwoordelijk zijn voor het zichtbaar maken van dit concept. Zoals inkopers van assortimenten, mensen verantwoordelijk voor de communicatie, verpakkingsontwerpers, grafische vormgevers die een huisstijl ontwikkelen, decorateurs en verkopers in winkels. Iedereen eigenlijk die serieus wil bijdragen aan de vestiging van een naam. Mijn activiteiten concentreerde zich steeds meer rond het coördineren van deze disciplines.

In de rol van conceptcoördinator wilde ik de creatieve mensen die gevraagd werden om aan projecten te komen samenwerken een inspirerende omgeving bieden. Vandaar dat ik besloot om in 1999 een pand te kopen waar deze samenwerking op de best mogelijke manier kon plaatsvinden. Ik ruilde de thuisbasis Amsterdam in voor het landelijke Soest. Ik kocht daar een oude zagerij die ik verbouwde tot een multifunctionele ruimte.

Steeds vaker kwam via bovengenoemde samenwerkingen de vraag of mijn ruimte ook beschikbaar was voor teams uit bedrijven die niet in eerste instantie klant waren bij mijn bureau. Zo ontstond in 2000 een nieuw bedrijf onder de naam ‘In-Soest’. Nog steeds zijn het voornamelijk vergaderingen, brainstormsessies, workshops en trainingen die bij ‘In-Soest’ plaatsvinden. Ik vond het heel verfrissend om naast het coördineren van concepten binnen ‘Style Council’ nu meer op een afstand faciliterend bezig te zijn. De focus van het werk bij ‘In-Soest’ ligt op het laten ‘landen’ van gasten op de locatie en een veilige omgeving creëren waarin mensen zich geïnspireerd voelen om zich te ontplooien. Mijn eigen creatieve uitgaging lag gedeeltelijk binnen ‘In-Soest’ bij koken voor mijn gasten, maar ook bij een nieuw project.

Min of meer gelijktijdig met het opzetten van ‘In-Soest’ startte ik samen met mijn partner ‘Johan Bak’ die ook een belangrijke rol speelde in de bedrijven, ‘Style Council’ en ‘In Soest’ een winkel in Amsterdam-zuid. In deze winkel namen wij de vrijheid om het idee van doelgroepen en de smaakvoorkeur van het grote publiek los te laten. De winkel droeg de naam ‘Cornelis Johannes’. Een naam die het persoonlijke karakter van de winkel onderstreepte. De naam was samengesteld uit mijn doopnamen en de voornaam van Johan. In deze winkel werd alleen dat verkocht wat wij zelf mooi vonden. De manier waarop dat gebeurde was uniek. We kozen ervoor om de collectie geheel samen te stellen uit eigen producties en de zogenaamde ‘no names’, om zo en heel eigen handschrift neer te zetten.

‘Cornelis Johannes’ groeide in korte tijd uit tot een creatief bolwerkje met zijn eigen specifieke plaats tussen de eigenzinnige winkels van Amsterdam. Veel collegastylisten een decorateurs vonden bij ‘Cornelis Johannes’ net dat ene bijzondere object waarmee ze hun eigen projecten konden versterken. In 2008 werd ‘Cornelis Johannes’ door het ‘Het Gouden Woonboek’ verkozen tot één van de beste interieurwinkels van Nederland.

In 2012 stopte we met ‘Cornelis Johannes’. We namen afscheid van de winkel en van elkaar. En zoals dat vaak gaat kwam vervolgens alles tegelijk. De economische crisis was al een tijdje aan de gang. De periode die volgde werd uiteindelijk een periode van reflectie en bezinning en leverde ‘persoonlijke groei’ op. Een periode ook van onderhoud, aanpassingen en herstel. Zowel in mijn bedrijf als op persoonlijk vlak. De verstoorde balans dreigde zijn tol te eisen op mijn gezondheid. Iets wat ik niet licht opneem. In het merendeel van mijn leven was gezondheid niet vanzelfsprekend. Het bewustwordingsproces waar ik inzat zorgde ervoor dat ik actief bezig ging met de zorg voor lichaam en geest.

Naast het feit dat ik al een fervent hardloper was zorgde extra fitness- en yogaoefeningen er voor dat het (groei)proces zich ‘uit het dal’ bewoog. Daarbij raakte ik gefascineerd door het effect dat de juiste voeding heeft op het energieniveau en de conditie van het lichaam. Uiteindelijk had dit ook invloed op de manier waarop ik bij ‘In-Soest’ wilde koken. Niet eerder was ik mij zo bewust van het feit dat de manier waarop wij onszelf voeden, effect heeft op het voorkomen dan wel uitstellen van ziektes. Van het proces dat ik doormaakte heb ik veel geleerd. Waar ik mij echter niet bewust van was maar wat wel om mij heen gebeurde was dat ik anderen inspireerde. Om zelf ook met gezondheid en het verkrijgen van meer energie aan de slag te gaan. Vandaar dat u hier ook mijn website ‘In-shape’ vindt. Een site waar ik slechts de informatie en de inzichten die mij zo geholpen hebben op wil ‘delen’.


in-de pers


Back to Top