Koken is een leuk en lekker tijdverdrijf als je binnen blijft. 

Nu we bij In-Soest in verband met coronavirus tijdens 'the lockdown' geen gasten meer kunnen ontvangen en u dus niet meer van onze overheerlijke lunches kunt genieten leek het ons goed om onze keukengeheimen met u te delen zodat u creativiteit in de dag kan brengen en misschien de mensen om u heen kunt verwennen.



groene tomaten chutney



Aan het einde van het zomerseizoen heb ik altijd wel een aantal groene tomaten over die echt niet meer rood gaan kleuren. Van deze onrijpe tomaten kan je altijd nog een heerlijk chutney maken.


  • 500 gram groene tomaten
  • 1 cup gepelde pinda's
  • 3 groene pepers
  • ½ bol verse knoflook
  • 1 eetlepel blaadjes van de kerrieplant
  • 1 bos koriander 
  • 1 snuf zeezout
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker

Pel de pinda's en rooster ze in een koekenpan tot ze goudbruin zijn en zet ze opzij. 

Doe een scheutje olijfolie in dezelfde koekenpan, voeg de grof gesneden groene pepers toe en laat ze 30 seconden bakken. Voeg vervolgens kerrie- en korianderblaadjes toe en bak één minuut en zet ze opzij. 

Voeg nog een beetje olijfolie toe aan dezelfde pan, voeg de in stukjes gesneden rauwe groene tomaat toe en bak totdat de tomaten mooi gaar zijn.

Doe alle ingrediënten behalve de tomaten in de keukenmachine en mix tot een grove pasta zonder water toe te voegen. Voeg vervolgens de tomaat toe en mix tot een grove of gladdere pasta. (Geïnspireerd door Annick de Vries. (Bedankt ook voor de tomatenplanten.))

Ik heb de chutney gegeten met een boekweit pannenkoekje.




La Pissaladiere

de enige echte Provençaalse pizza



Een pissaladière is een soort knapperige pizza van gekarameliseerde uien, zwarte olijven en ansjovis. De naam komt van het Franse woord voor ambachtelijk gezouten vis, pissalat. 


  • 1 kilo uien in repen gesneden
  • 4 verse fijngesneden knoflooktenen
  • 6 vellen bladerdeeg
  • 1 cup zwarte olijven
  • 1 blikje ansjovis
  • 1 eetlepel verse tijmblaadjes
  • 1 scheut olijfolie
  • 1 snuf zeezout
  • ½ theelepel vers gemalen peper
  • 1 losgeklopt ei

Schil de uien en snijd ze in repen. Schil de knoflooktenen en snijdt deze in fijne stukjes. Doe een scheut olijfolie in een braadpan met een dikke bodem. Karamelliseer onder regelmatig roeren de uien op vrij hoog vuur zodat ze mooi bruin kleuren. Dit duurt ongeveer een half uur. Als je de uien in de pan doet voeg dan ook direct de knoflooktenen, het zeezout en de zwarte peper ook toe.

Verwarm de oven voor op 200°C. 

Ontdooi 6 vellen bladerdeeg. Ik heb hier bladerdeeg van spelt gebruikt.  Bestrooi het werkblad en een deegroller met bloem. Haal de vellen bladerdeeg los van elkaar. Stapel ze daarna weer op en rol het deeg uit totdat het weer even dik is als één oorspronkelijk velletje bladerdeeg. Maak een rechthoekig vel zodat deze straks op jouw bakplaat past. 

Leg een stuk bakpapier in de bakplaat. Leg hier het bladerdeeg vel op. Kerf het vel op 1,5 cm van de zijkanten in zodat er rondom een rand ontstaat. Smeer deze rand in met losgeklopte ei. Het is niet erg als je daarbij een beetje over de gekerfde lijn komt. 

Verdeel nu het gekarameliseerde ui-mengsel over het vel en laat de 1,5 cm brede rand vrij. Je hebt nu een rechthoek van gekarameliseerde ui met een kader van 1,5 cm bladerdeeg. Leg in diagonale lijnen de ansjovis over het ui-mengsel. En verdeel in een regelmatig patroon de zwarte olijven over de rechthoek. Bestrooi het geheel met de verse tijmblaadjes.

Ik heb overigens in plaats van gezouten ansjovis boquerones gebruikt. Hierdoor wordt de pissaladière zachter van smaak.

Zet de bakplaat in de oven en bak hem een half uur op 200°C. Laat de pizza een klein beetje afkoelen voordat je hem snijdt. De pizza is heerlijk met een salade. Ook heel geschikt om in de middag te eten als tussendoortje.



RAW: pucks van groentepulp met gedroogde tomaatjes



Ik maak regelmatig groentesap met een slow juicer. Een vers gemaakte sap is een echte traktatie. Echter er blijft altijd van al die mooie groenten best veel groentepulp over. Vandaar dat ik op zoek ben gegaan naar manieren om deze pulp ook te gebruiken. Een van mijn favorieten zijn de groetenburgertjes die je er van kunt maken. Om het veganistische karakter van deze lekkernij te onderstrepen ben ik deze burgers, groente-pucks gaan noemen. Dit omdat burger geassocieerd wordt met vlees en ze op een puck van ijshockey lijken.



Deze groente-pucks zijn RAW. Dat wil zeggen dat alle ingrediënten niet boven de 42°C worden verhit. Hierdoor blijven alle enzymen, vitamines en mineralen optimaal behouden. Raw food heeft daardoor al zijn levenskracht nog in zich. Om het eten te verteren hoeft jouw lichaam zelf geen enzymen aan te leveren omdat deze nog volop in de voeding zit. Je krijgt van het eten van Raw food voelbaar veel energie.

Voor deze groente-pucks heb je een dehydrator nodig. Dit is een hete (warme) luchtoven die het voedsel droogt maar nooit boven een temperatuur van 42°C uitkomt.


Voor ± 15 stuks

  • 4 cups groentepulp. Het is belangrijk dat je geen pulp van fruit of komkommer gebruikt omdat deze te nat is. Je doet die waarschijnlijk wel in de sap. Dus je moet zorgen dat deze pulp gescheiden blijft van de pulp van de groenten. Ik heb hier rauwe rode bieten, wortel, selderij en een paar bladeren van een spitskool gebruikt.
  • 1 cup gemengde kiemen
  • ½ cup bruin heel lijnzaad, 3 uur geweekt
  • ½ cup van jouw favoriete verse kruiden
  • ½ cup olijf olie
  • ¼ cup edelgistvlokken
  • ¼ cup quinoavlokken
  • ¼ cup zonnebloempitten
  • ¼ cup gepelde hennepzaad
  • 1 rode peper
  • 4 verse knoflook tenen
  • 2 eetlepels milde sojasaus
  • 1 theelepel zeezout
  • 1 cup in smalle ringetjes gesneden bos ui

Doe alle ingrediënten behalve de bos ui in een keukenmachine. Mix tot er een homogene massa is ontstaan. Meng voor een 'bite' de bos ui door het mengsel.

Neem 2 tray's van een dehydrator. Gebruik het inlegblad met het open raster en leg hier géén siliconevel in. Maak nu schijven van ongeveer 1 à 1,5 cm dik. Ik gebruik daarvoor een portioneerring met een stempel. Zet de tray's in de dehydrator en droog de pucks 20 uur op 42°C. Na ± 5 uur kan je de pucks draaien omdat de bovenkanten droog worden. Draai de puck heel voorzichtig een stukje alsof je aan een knop draait. Niet direct omhoog tillen. Doe dat pas als je merkt dat de puck heeft losgelaten. Doe dit na 5 uur nogmaals. 

Ik vind gedroogde tomaatjes heel lekker om samen met de groente-pucks te eten. Deze kun je ook in de dehydrator bereiden. Hier heb je echter maar 4 of 5 uur voor nodig dus deze kun je later bij de tray's met groente-pucks schuiven.

Meng in een kom 3 cups doormidden gesneden kleine tomaatjes, 3 fijngehakte verse knoflooktenen, ¼ cup tijmblaadjes en een flinke snuf zeezout. Zet de tomatenhelften op een tray met een inlegblad met open raster. Als je het snel wilt doen moet je op het raster nog een siliconevel leggen, dan kan je de tomaatjes op de tray scheppen.



Vegetarische moussaka



Voor 4 personen:

  • olijfolie
  • 2 fijngesneden uien
  • 250 gram in plakjes gesneden paddenstoelen (Ik heb hier oesterzwammen en mini eryngii (mini king Oyster mushrooms) gebruikt 
  • 3 eetlepels tomatenpuree
  • 10 ontvelde tomaten in kleine blokjes gesneden.
  • halve fijngesneden verse knoflook
  • 2 laurierbladeren
  • 1 eetlepel gehakte verse oregano
  • 1 flinke theelepel kaneelpoeder
  • 6 aardappelen in plakken gesneden
  • 2 aubergines in plakken gesneden
  • 2 eetlepels boter
  • 3 eetlepels bloem
  • 500 dl melk
  • zeezout
  • versgemalen peper
  • 150 gram geraspte kaas
  • handvol gehakte verse peterselie 

Verwarm de oven voor op 180°C.

Bak in een koekenpan in een scheut olijfolie de fijngehakte uien tot ze glazig zijn. Voeg de tomatenpuree en de in plakjes gesneden paddenstoelen toe en laat 5 minuten bakken op midden tot laag vuur.

Voeg de in blokjes gesneden tomaten, fijngehakte knoflook en oregano toe. Doe ook de laurierbladeren, kaneel een snuf zeezout en versgemalen zwarte peper in de pan. Doe een deksel op de pan en laat de saus 10 minuten op laag vuur sudderen. Als het mengsel te droog wordt dan moet je steeds wat water toevoegen.

Ik gebruik bij het snijden van de aardappelen en de aubergines een mandoline zodat de plakken even dik zijn. Als je de aardappelschijven niet te dik maakt hoef je ze niet voor te koken. Als je met een mes snijdt en de plakken misschien iets dikker worden dan is het verstandig om de aardappelen kort voor te koken.  

Neem een ingevette ovenschaal. Leg hier een laag aardappelschijfjes in. Leg hierop een laag aubergineplakken. Schep er nu een laag tomatensaus op. Herhaal dit totdat de ingrediënten op zijn. Waarschijnlijk kun je het nog twee keer doen. 

Maak nu een bechamelsaus. Smelt hiervoor de boter in en steelpan met een stevige bodem. Doe dit op half hoog vuur. Roer de bloem door de boter. Laat deze roux 2 minuten sudderen en blijf er in roeren. Giet al roerend steeds een beetje melk door de roux totdat er een gladde dikke saus ontstaat. Breng deze saus verder op smaak met peper en zout en giet hem over de moussaka in de ovenschaal. Dek de schaal af met aluminiumfolie en zet hem 30 minuten in de oven om te garen.

Haal nu de folie van de schaal en bestrooi de bovenkant met geraspte kaas. Zet hem zonder de folie 10 minuten terug in de oven totdat de kaas gesmolten is en begint te kleuren. Bij het opdienen kun je nog gehakte verse peterselie over de moussaka strooien.



Tortilla van overgebleven groenten



Soms heb je in je groentenla allemaal kleine hoeveelheden groenten over. Één wortel, een klein stronkje pak choi, een half zakje sperziebonen, één portobello of een halve ui. Een goed moment om al deze restantjes op te maken door ze te gebruiken voor een overheerlijke ei tortilla.

Snijd alle groenten in kleine stukjes. De groenten die je niet snel kunt bakken in een koekenpan zoals bijvoorbeeld sperzieboontjes of aardappelblokjes moet je allemaal van te voren even blancheren. Spoel ze koud af en zet apart.



Zoals gezegd kan je allerlei groeten gebruiken maar voor deze tortilla heb ik gebruikt:

  • halve witte ui
  • 1 rode peper
  • 3 tenen verse knoflook
  • 1 wortel
  • 1 rode puntpaprika
  • 5 strengen kousenband
  • de stengels van een kleine stronk pak choi
  • de bladeren van een kleine stronk pak choi 
  • half bosje peterselie
  • 1 bosuitje
  • 1 tomaat
  • 6 eieren
  • Toscaanse kruidenmix
  • 1 eetlepel milde sojasaus
  • zeezout
  • olijfolie

Bak in een grote koekenpan met een scheut olijfolie de ui, knoflook en rode peper totdat de uien glazig zijn. Voeg nu in dunne plakjes gesneden wortel, pak choi stengel en rode puntpaprika toe. Laat dit 2 minuutjes op midden hoog tot laag vuur garen. 

Snijd de kousenband in stukjes van 2 cm en blancheer ze. Snijd de tomaat in kleine blokjes en de bosui in smalle ringetjes. Hak de bladeren van de pak choi en de peterselie fijn. Voeg dit bij het mengsel in de koekenpan en meng goed door elkaar.

Breek 6 eieren in een maatbeker of kom. Voeg 2 theelepels zeezout, 1 eetlepel milde sojasaus en 1 eetlepel Toscaanse kruidenmix toe. Kluts alles goed door elkaar en verdeel dit gelijkmatig over het groenten mengsel in de koekenpan.

Bak de tortilla op laag vuur totdat het ei begint te stollen. Haal af en toe een smalle spatel langs de rand van de tortilla zodat deze los blijft van de pan. Misschien is het ei in het midden van de tortilla nog niet helemaal gestold maar worden de randen al stevig en begint de onderkant te kleuren. Pak nu een platte deksel of een groot plat bord en keer hiermee de tortilla. Bak nu de onderkant van de tortilla bruin. Waarschijnlijk duurt dit tussen de 3 en 4 minuten op laag vuur. Snijd de tortilla in punten. Tortilla is ook heel lekker als koud tussendoortje. Je kunt hem dus meenemen voor onderweg.



groene curry met kip en Thaise aubergines



Uiteraard vind ik het belangrijk dat mijn gerechten heel lekker zijn maar ik vind het minstens zo belangrijk dat alles er mooi uitziet. Van de opmaak van het gerecht tot het servies waarin het gerecht wordt opgediend. Ik ben al vele jaren werkzaam als stylist en kijk daarom ook vanuit een esthetisch oogpunt naar koken. Ik vind het inkopen van ingrediënten waarbij ik op zoek ga naar de beste ingrediënten voor het mooiste resultaat één van de leukste aspecten van koken. Als een gerecht 'groene curry' heet dan ben ik in staat om naar de volgende toko te fietsen als er in de eerste winkel alleen nog rode chilipepers te koop zijn.


Voor 4 personen:

  • 300 gram witte pandanrijst
  • 450 gram kippendijen
  • 2 eetlepels groene currypasta
  • 400 gram kokosmelk
  • 100 gram Thaise erwt aubergine
  • 4 ronde Thaise ronde aubergines
  • 175 gram kousenband
  • 2 stronkjes Shanghai pak choi
  • een hand korianderblaadjes
  • 2 sjalotten
  • 2 tenen verse knoflook
  • 1 groene chilipeper
  • 2 cm gemberwortel
  • 4 kaffir-limoenblaadjes
  • 1 eetlepels palmsuiker
  • 3 eetlepels vissaus
  • olijfolie
  • 1 limoen


Kook de rijst. Ik doe dit altijd door 1 deel rijst met 2 delen water te gebruiken. Breng aan de kook. Zet het vuur laag en doe de deksel op de pan. Kook zolang tot de rijst droog gekookt is. Laat voordat je de rijst gaat gebruiken nog even (zonder vuur) met de deksel op de pan staan.   

Snijd de uiteinden van de kousenband af. Verdeel de bonen in stukjes van ongeveer 7 cm. Blancheer ze en zet de kousenband apart.

Schil de gemberwortel en snijd hem samen met de sjalotten, knoflook, en chilipeper fijn. Bak dit samen met de currypasta ongeveer 2 minuten in een wok zodat alles lekker gaat geuren.

Snijd de kip in grove smalle stukken en bak deze ook nog kort mee in de wok. Voeg dan de kokosmelk toe. Doe de aubergines, geblancheerde kousenband, limoenblaadjes bij het mengsel en laat nog 4 minuten zachtjes pruttelen.

Scheid het blad van de stengels van de pak choi. Snijd de stengels in plakjes van 5 cm. Hak de bladeren grof en zet ze apart.

Maak de curry af door de palmsuiker, vissaus, pak choi stengels, het sap en zest van een halve limoen toe te voegen en kook deze kort nog 2 minuten mee.

Net voordat je de rijst met curry gaat opdienen voeg je de rauwe bladeren van de pak choi en de helft van de korianderblaadjes bij de curry. Het mag nu niet meer koken zodat de bladeren hun 'bite' behouden. Garneer met de rest van de korianderblaadjes.



Vegetarische Tom ka hed

vegetarische Thaise paddenstoelensoep



Voor 4 personen

  • 2 sjalotten
  • 3 verse knoflooktenen
  • 1 rode peper
  • 1 cm galangawortel (laos)
  • 4 limoenblaadjes
  • 1 stengel citroengras
  • zest van 1 limoen
  • sap van een halve limoen
  • 300 gram paddenstoelen (Ik heb kastanje champignons en mini eryngii (mini king Oyster mushrooms) gebruikt)
  • 400 ml kokosmelk
  • 500 ml milde champignonbouillon (font)
  • 1 eetlepel bruine basterdsuiker
  • koriander
  • olijfolie
  • zeezout 

Snijd de sjalotten in flinterdunne ringen, hak de knoflooktenen en de rode peper fijn. Verhit in een pan met dikke bodem een beetje olie en bak ze daarin aan. Giet nu de bouillon en kokosmelk in de pan. 

Schil het stukje galangawortel en snijd deze in de lengte doormidden. Kerf deze twee helften nog een paar keer in. Probeer ze heel te houden zodat je ze later makkelijk uit de soep kunt halen. Kneus de citroenstengel en leg er een grove knoop in zodat je ook deze later makkelijk in één keer uit de soep kunt vissen.

Rasp de limoenschil, snijd de paddenstoelen in dunne plakjes en doe deze met de limoenblaadjes, de galangawortel en de citroengrasstengel in de pan. Laat de soep 10 minuten zachtjes koken. Voeg vervolgens de limoensap, basterdsuiker en een snuf zeezout toe en laat nog 10 minuten zachtjes prutten.

Verwijder de citroengrasstengel, galangawortel en de limoenblaadjes uit de soep. Neem een kom en dien de soep direct op. Garneer de soep met grof gehakte koriander en rasp nog wat zest van de limoen over de soep.



Vegetarische Phad Thai



Ik heb veel in Thailand gereisd en daar in heel wat kleine keukentjes van met name locale vrouwen mogen kijken. Vrouwen die echt goed kunnen koken. Een aantal van hen hebben een restaurantje bij hun huis met 2 of 3 tafeltjes. Door gezellig in de keuken op een kruk te gaan zitten heb ik de kunst van Thais koken een beetje kunnen afkijken. Een van mijn favoriete noedelgerechten is Phad Thai. Ze doen het allemaal net even anders. In deze post deel ik mijn variant met jullie.


Voor 4 personen

  • 400 gram platte rijstnoedels
  • 450 gram tofu
  • 100 gram pinda's
  • 2 eieren
  • 1 ui
  • 3 verse knoflook tenen
  • 1 rode chilipeper
  • 3 cm verse gember
  • 1 rode puntpaprika
  • 75 gram pindakaas
  • 4 middel grote sjalotten
  • 100 gram taugé
  • flinke hand koriander bladeren
  • 4 eetlepels sojasaus
  • 2 limoenen
  • 1 eetlepel bruine basterd suiker
  • olijfolie
  • snuf zeezout

Kook in een pan met ruim kokend water de rijstnoedels gaar. Dit duur ongeveer 6 minuten. Proef regelmatig of de 'bite' van de noedels goed is. Ze mogen echt niet te gaar worden omdat je ze later ook nog gaat wokken. Spoel de noedels af met koud water zodat ze niet nagaren. Zet de noedels apart.

Snijd de tofu in blokje van 1 X 1 cm. Bak deze in een wok in een scheut olijfolie totdat ze lichtbruin en een beetje steviger worden. Laat de tofublokjes in een zeef uitlekken en zet ze apart.

Hak de pinda's grof en bak deze in de wok totdat ze bruin kleuren. Laat ze op een vel keukenpapier uitlekken en zet ze apart.

Klop de eieren in een kom los met een vork. Voeg een klein snufje zeezout toe. Verhit een koekenpan en giet de eieren in de pan. Laat de eieren stollen en draai de 'omelet' om. Als hij licht begint te kleuren is de omelet klaar. Rol hem op en snijd hem in reepjes. Zet de omeletreepjes apart.

Snijd de sjalotten in ringen. Hak de knoflooktenen en de rode peper fijn. Schil de gember en hak deze ook fijn. Snijd de rode puntpaprika in smalle lange repen en halveer ze. Doe al deze ingrediënten in de wok en roerbak ze 2 minuten. Voeg de pindakaas toe en roer goed door. Voeg de noedels bij het mengsel en ga door met roerbakken totdat de noedels heet zijn.

Voeg nu de gebakken tofu, taugé, reepjes omelet en de helft van de koriander bij het geheel. Roer in een kommetje de sojasaus het sap van 2 limoenen en de basterdsuiker goed door en meng dit door noedels.

Neem een mooie ondiepe wijde kom en schep hier het mengsel in. Garneer het geheel met de rest van de korianderblaadjes en de pinda's.



burgers van kikkererwten en paddestoelen met chimichurri

Kikkererwten worden ook garbanzobonen genoemd.



Voor 4 personen

  • 500 gram uitgelekte kikkererwten uit blik
  • Een handvol paddenstoelen (ik heb hier kastanje champignons en oesterzwammen gebruikt)
  • 4 eetlepels speltbloem
  • 3 tenen verse knoflook
  • 1 ui
  • Een handvol peterselie bladeren
  • 2 theelepels gemalen komijn
  • 2 theelepels gemalen koriander
  • Olijfolie
  • Versgemalen peper
  • Zeezout

Hak de ui en de knoflook fijn en bak deze in een scheut olijfolie in een koekenpan tot ze glazig zijn. Zet ze apart.

Doe alle andere ingrediënten samen met de glazige uien en knoflook in de keukenmachine. Pulseer het mengsel tot er een korrelige homogene massa ontstaat. Maak van het mengsel kleine ballen en druk deze plat tot een schijf. Werk daarbij op een plank die je hebt bestrooid met een klein beetje bloem.

Verhit in een koekenpan een beetje olie en bak de burgers aan beide kanten bruin en krokant.

Chimichurri is een rijk gevulde kruidenmix. Mix in de keukenmachine je favorieten kruiden samen met een uitje, twee tenen knoflook, een rood pepertje, een snuf zeezout en appelazijn. (Ik heb de volgende kruiden uit de tuin gebruikt: daslook, salie, oregano, thijm, en bieslook).

Je kunt de burger ook op allerlei andere manieren eten. Met wat rijst of sla. Of op een broodje met tomaat, komkommer en zilveruitjes.



linzensoep met citroen



Bij deze linzensoep zijn er drie dingen waarbij je zelf  moet bepalen hoe bont je het wilt maken:
1. De dikte van de soep.
2. Hoeveel citroensap je wilt toevoegen.  
3. Of je de fijngehakte groente met de staafmixer meemaalt of dat je voor een 'bite' gaat.


Voor 6 personen

  • 500 gram rode linzen
  • 5 laurierblaadjes
  • 1,5 liter groentebouillon
  • 3 eetlepels olijfolie
  • 1/2 fijngehakte rode ui
  • Het wit van twee lente-uien (fijngehakt)
  • 2 fijngehakte stengels bleekselderij
  • 1 eetlepel gemalen komijn
  • Het sap van drie citroenen
  • versgemalen zwarte peper
  • zeezout
  • 200 gram grof-gehakte spinazie
  • verse koriander om te garneren
  • Griekse yoghurt

Neem een pan met een dikke bodem. Doe hier de linzen, laurierblaadjes en de groentebouillon in. Kook ze 25 minuten op laag vuur tot de linzen zacht zijn.

Verhit olijfolie in een koekenpan en laat de fijn gehakte uitjes en lente-uitjes 10 minuten op laag vuur sudderen. Doe dan de fijngehakte bleekselderij en de komijnpoeder erbij. Laat dit nog 5 minuten op het laagste vuur staan. 

Voeg de helft van het citroensap bij de linzen en mix de soep met een staafmixer fijn. Zet de pan onder de kraan en laat er met een heel klein straaltje water inlopen. Mix nu zolang totdat de soep de dikte van jouw voorkeur heeft. Zet de pan terug op het vuur en verwarm hem op lage temperatuur. Voeg nu de rest van de citroensap in kleine delen toe. Proef steeds even of de soep genoeg citroensap heeft gekregen.

Voeg de mix uit de koekenpan bij de soep. Deze mag je mee mixen maar ik vind de kleine stukjes met een 'bite' in de soep lekkerder en mix de inhoud van de koekenpan dus niet mee.

Voeg nu de fijngehakte spinazie toe. Ook dit zou ik, naar smaak, in etappes doen. Je kunt altijd later nog op het moment van opdienen spinazie over de soep garneren. Maak eventueel verder op smaak met versgemalen zwarte peper en zeezout. 

Serveer de soep met een lepel stevige Griekse yoghurt, wat korianderblaadjes en eventueel nog een scheutje citroensap. (Geïnspireerd door Sophie Dahl.)



krokante biologische kiphaasjes



Voor 2 personen of ± 8 kiphaasjes

  • 400 gram biologische kipfilet of kiphaasjes (Ik gebruik uit principe altijd biologische kip)
  • 1 cup panko panermeel of verse broodkruim
  • 1/2 cup bloem
  • 1/4 cup gemengde kruiden (Ik heb hier een Toscaanse kruidenmix gebruikt)
  • zeezout
  • 1 geklopt ei 
  • olie om in te bakken

Ik gebruik hiervoor een klein laag gietijzeren pannetje waarin ik de kiphaasjes in twee rondes bak omdat het heel snel gaat en ik ze het lekkerst vind als ze direct uit de pan komen omdat ze dan het knapperigst zijn. Maar ook omdat je uiteindelijk minder olie nodig hebt. (Je kunt het ook prima doen in een koekenpan of in een wok).

Als je verse broodkruim maakt gaat dat het beste in een keukenmachine. Snijd de korsten van liefst oud brood af en vermaal het zo fijn als mogelijk.

Snijd de kipfilet op in haasjes. Meng in een laag kommetje het paneermeel met de kruiden mix en een snuf zeezout. Klop in een andere kom het ei en doe in nog een andere kom de bloem.

Haal de kiphaasjes door de bloem, vervolgens door het geklutste ei en dan door het broodkruim-kruidenmengsel.

Verhit het pannetje en giet een laag olie van ± 0,5 centimeter in. Dit mag op midden tot hoog veer. Bak nu de kip aan beide kanten 3 minuten tot ze goudbruin zijn. Let op het kiphaasje gaart nog wat na. Hij mag dus als je het controleert een kleine lichtroze kern hebben. Maar als je de kip gaat eten moet hij helemaal wit van binnen zijn. Misschien moet je het kippetje nog even op een keukenpapiertje laten uitlekken maar het beste is om het haasje te eten als hij nog lekker warm en knapperig is.  

Ik heb deze krokante kip gegeten met de risotto van parelgort uit mijn vorige post.



Risotto van parelgort met doperwtjes en paddenstoelen



Altijd als ik in een natuurwinkel een zak gort koop moet ik om mezelf lachen omdat ik namelijk als zaankanter geboren ben en zaankanters ook wel gortzakken genoemd worden. En alhoewel ik als opgroeiende gortzak thuis niet veel gort te eten kreeg vind ik risotto van gort misschien wel lekkerder dan de klassieke risotto van arboriorijst. 


voor 4 personen:

  • 1 klein uitje
  • halve verse knoflook bol
  • halve citroen
  • olijfolie
  • 225 gram parelgort
  • witte wijn
  • 400 ml bouillion (ik gebruik hier bouillion van paddenstoelen)
  • zeezout
  • versgemalen zwarte peper
  • 275 gram paddenstoelen (ik heb hier een mix van koningszwammen, kastanje champignons en oesterzwammen gebruikt)
  • 350 gram doperwten
  • 75 gram parmezaanse kaas
  • handvol peterselie bladeren


Voor deze risotto gebruik ik een gietijzeren pan met een dikke bodem. Ik heb 30 jaar geleden in mijn studententijd de ultieme zware gietijzeren (braad)pan van Doufeu gekocht. Het is echt een hele goede investering gebleken om een dergelijke pan aan te schaffen. Het is altijd één van mijn lievelingspannen geweest die mij nog nooit in de steek gelaten heeft. De pan is niet alleen in zijn functionaliteit 'a friend for life' maar voor mij niet geheel onbelangrijk is hij ook nog eens een hele mooie pan :-)

Laat de pan goed heet worden. Doe een scheut olijfolie in de pan en fruit hierin een klein fijngesneden uitje en een fijngesneden halve verse knoflook bol. Voeg tevens de zest van een halve citroen toe. Laat dit 2 minuten op half laag vuur smoren.

Spoel de gort af in een zeef en bak deze met het mengsel mee. Meng alles goed door elkaar en voeg een scheut witte wijn toe. Voeg nu de helft van de bouillion toe. Het mengsel staat nu net niet onder het water. Draai het vuur laag en doe de deksel op de pan. Voeg een snufje zeezout en versgemalen peper toe. Laat een kwartier op laag vuur sudderen. 

Snijd de paddenstoelen in kleine stukjes en voeg deze bij in de pan. Omdat de paddenstoelen veel vocht opnemen moet je beginnen met de rest van de bouillion toe te voegen. Doe dit in delen omdat het belangrijk is dat het mengsel net genoeg vocht heeft om door te garen en niet aanbrandt. De risotto mag niet meer onder water staan. Waarschijnlijk moet de risotto nu nog een kwartier garen. Proef af en toe een aantal gortparels om te controleren dat de risotto goed is. Voeg zo nodig steeds een klein beetje bouillion toe.

Blancheer de doperwten. Spoel ze af in ijskoud water zodat ze niet doorgaren waardoor ze hun mooie groene kleur behouden. Rasp de Parmezaanse kaas en hak een handvol peterselie fijn. Voeg deze ingrediënten bij de risotto en roer goed door.

Ik heb deze risotto gegeten met krokante kiphaasjes die ik in mijn volgende post ga delen. 



Vegetarische aubergine met harissa uit de oven

Als je de yoghurt weglaat is het gerecht veganistisch.



Voor 2 personen:

  • 1 grote aubergine
  • 1 rode ui
  • 3 grote tenen verse knoflook
  • olijfolie
  • water
  • 1 theelepel komijnzaadpoeder
  • 150 gram bruine rijst
  • 700 ml groentebouilion van goede kwaliteit
  • 2 theelepels harissa
  • 1 theelepel rozenwater
  • 8 groene olijven zonder pit
  • 200 gram gele en rode kleine tomaatjes
  • balsamicoazijn
  • 2 eetlepels yoghurt
  • pitjes uit een halve granaatappel
  • 30 gram gepelde pistachenootjes 
  • een handvol korianderblaadjes

Dit gerecht gaat vooral over timing. Dus veel controleren vooral de voortgang in de braadpan en de oven in de gaten houden.

Snijd een rode ui in ringen. Snijd 3 grote verse knoflooktenen in plakjes. Smoor de ui en knoflooktenen in 5 minuten op matig vuur onder regelmatig roeren. Doe dit in een ondiepe braadpan met een scheut olijfolie. Voeg 1 theelepel komijnzaadpoeder en een scheutje water toe.

Roer nu 150 gram bruine rijst door het mengsel. Giet 700 ml goede kwaliteit groentebouillion in de pan. Laat het geheel 10 minuten koken. 

Snijd de augergine in de lengte door de midden. Kerf over het gehele snijvlak een paar kruizen. Zorg dat je de rand van de schil niet raakt. Strooi wat zeezout op het snijvlak.

Meng in een kommetje 2 theelepels harissa en 1 theelepel rozenwater. Bestrijk de twee snijvlakken met dit mengsel. Leg nu de auberginehelften in de pan op de rijst met de snijvlakken naar boven. Doe het deksel op de pan en laat 15 minuten pruttelen op matig tot laag vuur. Verwarm de oven  voor op 180°C.

Snijd 8 groene olijven fijn. Halveer 200 gram gele en rode kleine tomaatjes. Meng alles door elkaar met een scheut balsamicoazijn. Haal het deksel van de pan en verdeel het tomaten-, olijvenmengsel over de aubergines. Zet nu de pan zonder deksel nog ongeveer 20 minuten in de oven. Controleer steeds of het vocht verdampt is. 

Schep de aubergines uit de pan en zet ze even op een apart bord. Schep nu wat rijst op een bord. Leg dan de auberginehelft op de rijs. Schep een lepel yoghurt op de aubergine. Garneer met granaatappel, gehakte pistachenootjes en grof gesneden korianderblaadjes. (Naar een recept van Jamie Oliver.)



Ambachtelijk brood van volkoren spelt, rogge en havermout



Het deeg voor dit brood hoef je niet van te voren te laten rijzen. Het is het lekkerst als het nog lauw warm is nadat het uit de oven komt. Bijvoorbeeld heel klassiek met zeezout en olie of een beetje gezouten roomboter.

Verwarm de oven op 190°C.

Doe de volgende ingrediënten is een kom en mix ze door elkaar:

  • 250 gram volkorenmeel (Ik heb speltmeel gebruikt.)
  • 100 gram roggemeel 
  • 50 gram havermout
  • 1,5 theelepel zuiveringszout (baksoda)
  • 1 flinke theelepel zeezout

Klop in een andere kom een groot ei, 300 ml karnemelk (of yoghurt) en roer dit mengsel met een vork door de mix van droge ingrediënten. Als dit niet helemaal lukt kan je nog een klein scheutje karnemelk gebruiken. Bestuif nu je handen met bloem en vorm van het deeg een bal.

Leg de bal op een bakplaat die je hebt bestoven met bloem en/of bekleed met bakpapier. Druk de bal nu met je handen plat tot een schijf van ongeveer 3 cm dik. Kerf op de bovenkant van deze schijf met een mes een ster van een halve cm diep. Zet het brood nu 45 minuten in de oven totdat er een bruine korst ontstaat en de ster openbreekt en je daar het bruine brood kunt zien. Als je op de onderkant klopt en het brood klinkt hol dan is het brood gaar. Let wel: Het is een compact en stevig brood. Laat het brood op een rooster uitwasemen en afkoelen. (Naar een recept van Jamie Oliver.)

Het verschil tussen bakpoeder en bak(ing) soda (zuiveringszout).
Beide zorgen voor het rijzen van een deeg of beslag.

Bakpoeder is een samengesteld poeder van een carbonaat en een zuur. Carbonaat zorgt tijdens het bakken in combinatie met het vocht uit het deeg of beslag en het zuur, voor de vorming van koolzuurgas dat het deeg of beslag doet rijzen. 

Bakingsoda is een natuurlijke minerale stof (E500 / een carbonaat) dat het deeg alleen laat rijzen als er ook een zuur wordt gebruikt in het recept. Dit kan dus karnemelk zijn maar ook yoghurt, azijn of citroen.



gluten- en tarwevrij, eiwitrijk brood



Verwarm de oven op 190°C. Bekleed een bakblik met bakpapier. Ik gebruik vaak een bakvorm van silicone. Deze hoef je niet in te vetten. 

Klop 7 gram gist, 4 eetlepels extra vergine olijfolie door 350 ml lauw water en zet apart.

Hak de rozemarijnnaaldjes fijn.

Meng de volgende ingrediënten in een kom:

  • 250 gram kikkererwten meel
  • 100 gram in de magimix gemalen ongezouten amandelen
  • 50 gram heel lijnzaad
  • 100 gram gemengde zaden en pitten (chiazaad, pompoenpitten, zonnebloempitten sesamzaad etc.)
  • flinke snuf zeezout

Maak een kuiltje in het midden en breek hierin de 4 eieren. Voeg de rozemarijn en twee theelepels Marmite toe. Schenk nu het gistwater in de kom. Roer alles goed door elkaar. Giet het beslag in de bakvorm. 

Bak het brood 45 minuten in het midden van de oven totdat de korst bruin is. Controleer of het brood gaar is door een prikker in het brood te steken, die er schoon weer uit moet komen. Laat het brood goed afkoelen voordat je het gaat snijden.

Als je een 100% glutenvrij brood wilt moet je de Marmite weglaten. Je hoeft hiervoor geen vervanger te gebruiken. (geïnspireerd door Jamie Oliver.)

Ik heb de eerste sneetjes van het brood belegd met een dun plakje geroosterde courgette, dikke yoghurt met een paar druppels citroen, een plakje gerookte zalm en een beetje vers gemalen zwarte peper. 



puree van raapstelen en bataat



Vandaag hadden we de eerste oogst uit eigen tuin. Een mooi bosje raapstelen dat zo lekker mals was dat ik het rauw wilde gebruiken.

Kook 5 middel grote zoete aardappelen (bataat). Giet ze af en stamp ze fijn.

Bak in een klontje boter dat je zou toevoegen om een smeuïge puree te maken eerst een half klein uitje. Voeg dit bij de gestampte bataat. Was de raapstalen en maak ze droog in de slacentrifuge. Hak de rauwe raapstelen in kleine stukjes en voeg ze bij de bataat. Snijd 8 plakjes gerookte rauwe ham in kleine stukjes en voeg ook deze bij de bataat. Spatel alles onder toevoeging van kleine scheutjes melk door elkaar totdat er een puree ontstaat waarvan de consistentie voor jou precies goed is.

Ik heb de puree gegeten met kort aangebakken kip haasjes die ik gemarineerd heb met paprikapoeder, vers gemalen zwarte peper, zeezout en een scheutje olijfolie.



witte koolparten en croute



Verwarm de oven op 200 graden. Smelt 125 gram roomboter. Bestrijk een bakplaat met de gesmolten boter. Zet het restant van de boter apart. 

Maak een mix van de volgende ingrediënten:

  • 3 grote geperste verse knoflooktenen
  • 75 gram vers geraspte parmezaanse kaas
  • 4 eetlepels panko of broodkruim
  • 1 flinke theelepel chilivlokken
  • 3 theelepels edelgistvlokken
  • 1 snuif vers gemalen zwarte peper
  • 1 snuif zeezout 

Snijd een klein wit kooltje in 12 parten. Doe het zo dat het stronkje aan het partje blijft zitten om het partje bijeen te houden. Verdeel de partjes over de bakplaat.

Voeg de gesmoten boter bij de mix. Verdeel de mix gelijkmatig over de witte koolparten. Bak het geheel in 40 minuten gaar. Of zolang dat de korst lekker knapperig is en niet verbrand.

Ik heb de parten als voorgerecht gegeten met gerookte makreel.



witte bonen met paarse salie



Voor dit gerechtje moet je op tijd beginnen. Je moet namelijk 150 gram boterbonen 24 uur laten wellen.

Neem een pan met een dikke bodem. Fruit hierin, in een scheut olijfolie een klein uitje, een fijngesneden rode peper en 2 tenen geperste verse knoflook. Blus dit af met een scheutje sherry. 

Ontvel 9 trostomaten en snijd ze in kleine blokjes. Haal de bonen uit het (wel)water. Voeg de tomaten en de bonen bij de rest in de pan. Voeg nu een cup (halve beker) groente bouillon bij het mengsel. Voeg nu zoveel water toe dat alles net onderwater staat. 

Maak een bosje van salie en rozemarijn en leg dit in de pan. Laat het geheel 1,5 tot 2 uur zacht smoren op laag vuur.

Haal het bosje uit de pan. En voeg eventueel nog wat zeezout toe.

Iedereen die de film Briget Jones's Diary heeft gezien weet dat je het bosje niet met een blauw touwtje moet samenbinden. Anders moet je de naam van het gerecht veranderen in; 'babyblauwe boterbonen met paarse salie' :-)

Dit gerechtje is lekker als lunch met een stukje stokbrood of als hoofdgerecht met witvis.



rucolacakejes met pijnboompitten



Omdat ik veel leuke reacties kreeg op mijn vorige post met recepten (#4) heb ik nog een variant van de hartige cake gemaakt.

Meng de volgende ingrediënten in een kom:

  • 175 gram zelfrijzend bakmeel
  • 3 eieren
  • 3 eetlepels zure room
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 2 flinke eetlepels mosterd
  • vers gemalen zwarte peper
  • flinke snuf zeezout

Klop het beslag 2 minuten met een handmixer op de hoogste snelheid. 

Hak 100 gram gewassen en goed gedroogde rucola fijn. Spatel deze samen met 75 gram pijnboompitten met zo weinig mogelijk omhalen door het beslag.

In het kader van 'social distancing' heb ik deze keer éénpersoons cakevormpjes gebruikt. Ieder zijn eigen cake. :-) Maar je kunt natuurlijk een grote cakevorm gebruiken. Giet het beslag in de cakevorm(pjes) en bak 40 minuten in een op 160°C voorverwarmde oven.

Als je geen fan bent van een bitter smaak dan kan je de rucola vervangen voor spinazie of zelfs voor brandneteltoppen.

Deze cakejes zijn lekker als borrelhap bij een glas wijn. (Geïnspireerd door Yvette van Boven.)  



groene olijvencake



Meng de volgende ingrediënten in een kom en meng ze snel tot een beslag:

  • 225 gram zelfrijzend bakmeel
  • 100 ml witte wijn
  • 100 ml olijfolie
  • 150 gram feta in kleine regelmatige blokjes gesneden
  • 250 gram groene olijven in ringen gesneden
  • 3 eieren
  • 100 gram parmezaanse kaas
  • flink vers gemalen zwarte peper
  • snufje zeezout

Giet het beslag in een ingevette cakevorm. Bak de cake 45 minuten in een op 160 graden voorverwarmde oven.

Deze cake is lekker bij een tomatensoep of een salade. (Geïnspireerd door Yvette van Boven.)



Pasta met saus van rauwe tomaten, geroosterde paprika en vegetarische gehakt



ingrediënten

  • 3 rode paprika's om te roosteren
  • 10 trostomaten om te ontvellen
  • 2 rode puntpaprika's
  • 1 rode peper
  • 4 verse knoflook tenen
  • 1 rode ui
  • gerookte paprikapoeder
  • 200 gram gerulde vegetarische gehakt
  • grof zeezout
  • olijfolie
  • je favoriete pasta
  • pittige kaas om te raspen
  • bos verse basilicum


paprika's roosteren
wrijf 3 rode paprika's in met olijfolie. Leg ze op een bakplaat en schuif de bakplaat in het midden van een op 220°C voorverwarmde oven. Laat de paprika's onder regelmatig keren 40 minuten garen tot ze geblakerd zijn.

Als de paprika's klaar zijn neem ze uit de oven en leg ze in een schaal. Dek de schaal af met huishoudfolie en laat ze 15 minuten rusten. Trek vervolgens het vel van de paprika af en verwijder de steeltjes en zaadlijsten.

tomaten ontvellen
Maak de tomaten schoon, verwijder het kroontje en snij een kruisje in de bolle kant van de tomaat. Leg de tomaat ± 15 seconde in kokend water en schep hem er met een schuimspaan uit en laat hem onder koud water schrikken om het kookproces te stoppen. Haal het velletje met een klein mesje los bij het ingesneden kruisje. 

Stop de tomaten en geroosterde paprika's in een maatbeker en mix met een staafmixer tot saus. (Dit moet je waarschijnlijk in delen doen.)

Snijd de rode puntpaprika's, rode uit, verse knoflooktenen en rode peper in mooie kleine stukjes. Bak deze groenten op hoog vuur aan in olie in een wok. Voeg 1 eetlepel gerookte paprikapoeder toe en bak de paprikapoeder kort mee. Voeg een scheutje water toe zodat de paprikapoeder niet verbrand op de bodem van de wok.

Draai het vuur naar de middenstand en voeg 200 gram gerulde vegetarische gehakt bij het mengsel. Laat 2 minuten meebakken.

Giet nu de gemixte tomaten-paprikasaus toe. Het is belangrijk dat de saus niet meer kookt. Doordat de tomaten als het ware nog rauw zijn geeft het de saus een hele frisse pure smaak. Maak naar behoefte op smaak met grof zeezout.

Kook de pasta. Schep de saus op een portie pasta. Garneer met geraspte pittige kaas en gescheurde basilicum bladeren.



chips van zwarte kool

Zwarte kool wordt ook palmkool of Italiaanse boerenkool genoemd. 



Was 2 handen vol zwarte kool, verwijder de harde nerf en scheur of snijd de kool in kleine stukjes. (Ik bewaar deze om te gebruiken in groentesap waarvan je de pulp weer kunt gebruiken voor groenteburgers.)

Mix de volgende ingrediënten in de keukenmachine:

  • 3 eetlepels olijfolie
  • 3 eetlepels tahin (sesampasta)
  • flinke scheut balsamico azijn
  • 1 cup gewelde pijnboom pitten (1 uur geweekt)
  • 1 flinke rode peper met pitjes
  • 2 grote verse knoflooktenen
  • snuf grof zeezout 

Giet het mengsel in een grote kom. Voeg de zwarte kool bij het mengsel en kneed met de handen alles door elkaar zodat het mengsel zich goed verdeeld over de bladeren.

Verdeel de bladeren over een aantal trays van een dehydrathor. (geen silicone vel in de tray leggen). Laat de chips op 42 graden drogen totdat ze lekker knapperig zijn. Dit duur ongeveer 8 uur. 

Je kunt de chips ook in een oven maken. Verwarm de oven voor op 190 graden. Het duurt nu ruim een kwartier. Maar controleer regelmatig omdat de chips niet mag verbranden maar hij moet wel knapperig worden. 



spinaziepannenkoekjes



Klop de volgende ingrediënten in een beslagkom tot een glad beslag:

  • 110 gram bloem
  • 1 eetlepel bakpoeder
  • 150 ml melk
  • 50 gram gesmolten boter
  • 2 eidooiers (bewaar de eiwitten)
  • flinke snuf zeezout
  • flinke snuf komijnpoeder

Snijd de volgende groenten fijn en roer door het beslag:

  • klein rood uitje
  • 3 tenen verse knoflook
  • klein rood pepertje
  • 3 lenteuitjes

Wok 400 gram spinazie, knijp er zoveel mogelijk vocht uit en hak het fijn.
Roer de spinazie door het beslag. 

Sla de twee eiwitten stijf en spatel met zo weinig mogelijk omhalen door het beslag. 

Bak in een grote koekenpan hoopjes van het beslag (2 eetlepels) in olie.
Druk de hoopjes plat en bak ze aan beide kanten bruin.


Back to Top